Watersnoodramp

Overstromingen veroorzaken regelmatig grote problemen en leed in alle delen van de wereld. Vijf miljoen Nederlanders wonen onder zeeniveau. Nederland dankt zijn naam aan het feit dat het land laag ligt en mede daardoor waren er in het verleden in Nederland verschillende watersnoodrampen, waaronder de watersnoodramp in 1953 die bij iedereen wel bekend is.

Sint Luciavloed (1287)

Op 13 en 14 december 1287 werd Nederland getroffen door de rampzalige Sint Luciavloed. Grote stukken land verdwijnen in de zee en Nederland ziet er ineens heel anders uit. Groningen, Friesland en Zeeland worden zwaar getroffen. Eén van de grootste watersnoodrampen in Nederland, met naar schatting meer dan 50.000 doden. West-Friesland werd van Friesland gescheiden. Uit deze storm ontstonden o.a. de Zuiderzee en de Waddenzee.

Sint Elisabethsvloed (15de eeuw)

De Sint-Elisabethsvloed verwijst eigenlijk naar drie overstromingen langs de Nederlandse kust die op of rond 19 november plaatsvonden in de 15de eeuw. Deze stormen zijn vernoemd naar de heilige Sint-Elizabeth omdat 19 november haar naamdag was.  De eerste Elisabethsvloed vond plaats in 1404. Volgens de historische bronnen is zo´n 3.000 hectare land verloren gegaan. De tweede Elisabethsvloed vond plaats in 1421. Deze natuurramp was zwaarder dan de andere twee en werd waarschijnlijk veroorzaakt door een zware noordwesterstorm met een hoge stormvloed alsmede door het slechte dijkonderhoud.  De Biesbos is in feite een overblijfsel van de laatste stormvloed in 1424. Ook heeft de Kinderdijk haar naam aan de watersnoodramp te danken. Het verhaal gaat dat tijdens de tweede Elisabethsvloed een kindje genaamd Beatrix in een wiegje niet ver van Dordrecht in het water dreef. Het geluk wilde dat een kat ook zijn toevlucht had gevonden in het wiegje en door telkens van de ene naar de andere kant te springen het kindje redde.

Allerheiligenvloed (1570)

De Allerheiligenvloed van 1570 was een van de grootste watersnoodrampen uit de Nederlandse geschiedenis.  Het water zwiepte nog hoger op dan dat het in 1953 zou doen. Op de ochtend van 1 november 1570 vaardigde de Domeinraad op Bergen op Zoom een waarschuwing uit. “Aanmerckende dat die groote stormen van winde ghisteren begonst” vreesden zij voor een “seer uytnemende hooghe vloet”. De waarschuwing kon echter niet voorkomen dat bij de stormvloed in de loop van de dag de dijken doorbraken. Talloze dijken aan de Hollandse kust begaven het en het water richtte een complete ravage aan. De hele kust van Vlaanderen naar Groningen tot aan Noordwest-Duitsland toe werd overstroomd. In een brief van de hertog van Alva aan koning Filips II vermeldde hij dat maar liefst vijf zesde deel van Holland onder water stond. Het totale aantal doden bij deze watersnoodramp, het buitenland meegerekend, moet boven de 20.000 hebben gelegen, maar precieze gegevens zijn niet bekend. Tienduizenden mensen werden dakloos, veestapels verzwolgen en wintervoorraden vernietigd.

Kerstvloed (1717)

De Kerstvloed is naast de Sint-Elisabethsvloed, ook een grote watersnoodramp uit de Nederlandse geschiedenis. De Kerstvloed was een stormvloed die in de nacht van 24 op 25 december 1717 grote delen van Nederland, Duitsland en Scandinavië trof. Het water kwam tot in Amsterdam, Haarlem, Dokkum, Zwolle en Groningen. Alleen al in de provincie Groningen verdwenen er meer dan 2.000 mensen, 3.000 paarden, 11.000 koeien en 20.000 schapen in de golven. Het totale dodenaantal van alle landen lag op ongeveer 14.000 mensen. De rampspoed werd nog versterkt door de strenge vorst en sneeuwval die de dagen daarop volgde.

Watersnoodramp 1953

De watersnoodramp van 1 februari1953 is de grootste natuurramp in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis. Onder druk van een zware storm op de Noordzee breken op 1 februari vele, vaak te lage, dijken bij Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant door. Er verdronken ongeveer 1825 mensen, 25 tot 30.000 runderen gingen dood. Er liep 250.000 hectare land onder water. Dat is 7,8 procent van de totale oppervlakte van Nederland. In dat gebied woonden ongeveer 600.000 mensen. De totale schade bedroeg 860 miljoen gulden en het besef groeide dat er onmiddellijk wat moest gebeuren, en niet geleidelijk aan. De Deltawerken waren het antwoord van Nederland op de ramp.

Stijging zeespiegel

Door de opwarming van de aarde stijgt de zeespiegel en klimaatverandering leidt ook tot extremer weer. Daardoor kunnen er meer en zwaardere buien vallen en neemt de afvoer van regenwater via de grote rivieren toe. Bovendien daalt de Nederlandse bodem, zodat ons land nog verder onder de zeespiegel komt te liggen. Al deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat Nederland waakzaam en voorbereid moet blijven op overstromingen want: wat blijft erover van ons Nederland als er zich anno nu een watersnoodramp voltrekt?

Leave a Reply