Ontdekking van New York

De ontdekking van New York is niet zoals veel mensen denken gedaan door de Nederlanders. Het is immers in 1524 dat de Franse expeditie geleid door Giovanni Da Verrazzano uit Firenze voor de eerste keer de baai van New York ontdekt.
De geschiedenis van New York City zijn de Algonkian sprekende Lenni-Lenape indianen de oorspronkelijke bewoners van het eiland Manhattan. Giovanni da Verrazzano noemde de plaats Nouveau Angoulême, ter ere van de Franse koning Frans I in wiens dienst hij voer. Het duurde tot 1609 totdat er weer iemand kwam dat was Henry Hudson. In dienst van de Verenigde West-Indische Compagnie moest hij uitzoeken of het gebied geld zou opbrengen. In 1613 kwam de eerste Nederlander, Adriaen Block, naar New York.

VOC

Ontdekking van New YorkHenry Hudson was als Engelsman en ontdekkingsreiziger in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Toen Hudson in 1609 met zijn schip de Halve Maen, met een Engels-Nederlandse delegatie, de majestueuze baai van de huidige New Yorkse haven binnenzeilde, was hij aanvankelijk nog in de veronderstelling de korte noordelijke route naar Azië gevonden te hebben. Het was de bedoeling een zeeweg te vinden naar Indië die niet langs het vijandelijke Spanje zou lopen. Azië stond in deze tijd, en ook nog lang daarna, synoniem voor rijkdom nu daar de voor Europeanen zeer gewilde en dus peperdure specerijen bemachtigd konden worden. De specerijenhandel was hiermee een zeer lucratieve bezigheid waarmee veel geld kon worden verdiend. Omdat hij onderweg van koers veranderde kwam hij aan bij de rivier die later naar hem vernoemd zou worden. Hudson dacht de mogelijke noordelijke route te hebben gevonden en voer verder de rivier op. De rivier versmalde zich en werd ondieper waardoor het hem al snel duidelijk werd dat dit onmogelijk de gezochte weg naar Azië kon zijn en hij keerde terug naar Europa.

Handel na ontdekking van New York

De belangstelling van de Nederlanders was gewekt omdat in de verslagen uitstekende mogelijkheden voor vestiging en handel waren beschreven. Vooral Hollandse pelshandelaren waren geïnteresseerd in de dierenhuiden die door de Indianen werden aangeboden. In 1621, met de oprichting van de West Indische Compagnie, werd daadwerkelijk aanstalten gemaakt om het door Hudson geclaimde gebied te gaan bewonen en economisch te exploiteren. Kolonisten waren onder andere noodzakelijk om de claim op het gebied kracht bij te zetten tegenover de Engelsen. Zij lieten in 1624 Fort Oranje bouwen in de buurt waar de handel in huiden plaatsvond. De dierenhuiden werden voor hoge prijzen verhandeld in Amsterdam, waar men er kleding en hoeden van maakten. Zij wilden de bonthandel van deze compagnie in de Hudson-vallei beschermen.

Nieuw Amsterdam Ontdekking van New York

In 1625 liet men nog een fort en een nederzetting bouwen dat tot doel had de haven tegen vijandelijke schepen te beschermen. Peter Minuit had dit gebied van de Indianen gekocht voor een bedrag van 60 gulden. Niet veel later werden hier onder andere een kerk en twee windmolens aan toegevoegd. De belangrijkste vestiging van Nieuw-Nederland werd Nieuw-Amsterdam. Het was gevestigd op het eiland Manhattan dat in de taal van de lokale Indianen ‘heuvelachtig eiland’ betekent. Nadat Minuit zich met de kolonisten op het meest zuidelijkste puntje van Manhattan had hergegroepeerd, verrezen er binnen een jaar dertig houten huizen. Er werd dwars over het eiland een houten muur gebouwd ter bescherming tegen de Indianen. De aangrenzende straat werd de Walstraat (Wall Street) genoemd. Op het Nederlandse gedeelte stond het Fort Amsterdam, het gouverneurshuis en barakken voor de soldaten. Op Manhattan ontstonden enkele dorpjes zoals Breukelen (het huidige Brooklyn) en Heemstede (het huidige Hempstead). In dit gebied verbleven behalve Nederlanders, ook Belgen, Duitsers en Britten.

Engelsen

Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was bezig met een enorme economische opmars die zou uitmonden in wat later de ‘Gouden Eeuw’ zou gaan heten en de Republiek destijds tot een van de machtigste staten ter wereld maakte. Mede hierdoor kwam de immigratie niet op gang. Het was voor Nederlanders aantrekkelijker om in het welvarende Amsterdam te blijven, dan te emigreren naar Manhattan. In 1664 viel Nieuw-Amsterdam in handen van de Engelsen. Peter Stuyvesant de directeur-generaal op het eiland, probeerde tevergeefs het eiland te verdedigen. En dus werd Nieuw-Amsterdam zonder slag of stoot op 24 september 1664 overgedragen aan de Engelsen. Nieuw-Amsterdam werd door de Engelsen veranderd in New York, naar de hertog van York. In 1673 had Nederland het weer even in bezit, maar al gauw nadat ze de naam veranderden in “Nieuw-Oranje” werd het definitief overgedragen aan de Britten, bij de Vrede van Westminster in 1674.

Leave a Reply