Heksen

Heksen, we kennen ze allemaal uit de vele sprookjes en verhalen. Het woord heks komt van “hagazussa” wat hegge rijdster betekent. Ze rijdt over de heg met aan haar linkerhand de logisch-rationele wereld en aan haar rechterhand de wereld van het emotioneel-intuïtieve. Ze moet deze twee werelden met elkaar verbinden en daarvoor is veel kennis nodig.

HeksenIn het volksgeloof is de heks een vrouw die een verbond met de duivel heeft aangegaan en aan zwarte magie doet en dat ze in opdracht van de duivel boosaardige zaken uitvoert. Als er in gemeenschappen iets verkeerd ging, zoals een oogst die mislukte, of een miskraam, werden de heksen als zondebok gezien. Ze beschikken over paranormale machten. Een heks gaat ’s nachts in het bos op zoek naar planten en kruiden om daarvan een brouwsel te maken om bijvoorbeeld mensen te veranderen in een pad. Ook vliegt ze bij volle maan op een bezem rond. In sprookjes zijn heksen doorgaans boos, slecht en zo lelijk als de nacht.

Tradities

In de oudheid was de kennis van de genezende werking van planten en kruiden vaak bij vrouwen te vinden. Die kennis was van moeder op dochter doorgegeven. De genezeressen probeerden hun kennis geheim te houden zodat ze hun macht en invloed in het dorp konden behouden. In de vroege middeleeuwen was de dorpsgemeente afhankelijk van de kruidenkennis van de vrouw. Maar ook deze vrouwen konden fouten maken door te veel van de geneeskrachtige kruiden toe te dienen. Daarom werden deze genezeressen ook als gifmengsters gezien.

Middeleeuwen

In grote delen van Europa vond de heksenvervolging vond plaats tussen 1450 en 1750. Ze heeft vele tienduizenden slachtsoffers gemaakt waarvan 80% vrouwen. De meesten van deze vrouwen waren ouder, zeer arm en alleenstaand.

Eind 1470 brak de pest uit, een dodelijke en besmettelijke ziekte die een derde van de West-Europese bevolking het leven kostte. Omdat niemand begreep waar deze ziekte vandaan kwam noemde de Kerk het een staf van God.  Tegen de achtergrond van deze ellende werden mensen vatbaar voor het idee van de zondenbok die moest worden opgespoord en bestraft. Toch kreeg het opsporen en berechten van deze heksen nog niet veel bijval. Paus Innocentius VIII vorderde hierop op 5 december 1484 de bul summis desiderantes affectibus (‘Omdat we ten zeerste verlangen’) uit. Hierin stond dat aan de inquisiteurs onvoorwaardelijke steun moest worden verleend in hun strijd tegen heksen. Hij benoemde ook twee inquisiteurs, Jakob Sprenger en Heinrich Kramer, om het probleem aan te pakken.

Heksenhamer

Deze twee monniken brachten een boek uit genaamd Malleus Maleficarum, de Heksenhamer. Het ging over de wetenschap die zich bezighoudt met het opsporen van de werken van de duivel. De monniken stelden dat de vrouw, geschapen uit een rib van Adam en verleid door de slang, minder verstandig was dan de man en veel sneller tot hekserij te verleiden. De duivel zou ook kinderen verwekken bij heksen: duivelsgebroed. Katholieken en protestanten aanvaardden het boek als de autoriteit op het gebied van hekserij. Het bevatte op volksoverlevering verzonnen verhalen over heksen. De Heksenhamer is wel beschreven als het meest kwaadaardige en schadelijke boek in de wereldliteratuur. De Heksenhamer en de pauselijke bul van Innocentius VIII leidden tot grote heksenjachten in Europa. De uitvinding van de drukpers droeg ertoe bij dat de hysterie zich sneller verspreidde en zelfs naar Amerika oversloeg.

Doodstraffen heksen

Duizenden vrouwen stierven naar aanleiding van de heksenvervolgingen op de brandstapel, vooral in de Duitstalige landen. Als een beklaagde door middel van een bekentenis als heks was veroordeeld volgde de executie door middel van ophanging, verbranding op de brandstapel, verdrinking of ze werden levend begraven. Dit alles gebeurde vaak op grote pleinen, zodat er genoeg ruimte was voor de omstanders om te kijken hoe de heks werd opgehangen of verbrand. Het vaakste kwamen verbranding en ophanging voor.

Einde vervolging heksen

In 1631 schreef Friedrich Spee, een jezuïetenpater die veel heksen naar de brandstapel had geleid, dat volgens hem geen van hen schuldig was. Hij waarschuwde dat er niemand zou overblijven als de heksenvervolging zo doorging. De eeuw van de ontdekkingen en de wetenschap was inmiddels aangebroken en kwamen artsen tot de conclusie dat bijvoorbeeld epileptische aanvallen te maken hadden met een aandoening en niet met bezetenheid. In de zeventiende eeuw nam het aantal heksenprocessen sterk af en tegen het eind van die eeuw waren ze zo goed als verdwenen. De laatste heksenexecutie vond plaats in 1792 in Polen. Buiten Europa gelooft men nog wel in hekserij. Zo werden er in 2011 in Mozambique twee ouderen gelyncht, zijn er in delen van Zuid-Afrika sinds 1990 honderden mensen gedood en ligt het gemiddelde aantal gedode ‘heksen’ in India op 150 tot 200 per jaar.  Met name in Afrika, Papoea Nieuw-Guinea en India vinden er nog regelmatig heksenvervolgingen plaats.

Heksenwaag Oudewater Heksen

In Nederland kwam de vervolging van heksen veel minder vaak voor. In Oudewater kun je nog overblijfselen vinden van de heksenprocessen zoals de heksenwaag. Op deze weegschaal konden mensen zich laten wegen. Heksen zouden namelijk zo licht als een veertje zijn, zodat ze op hun bezem zouden kunnen vliegen. Wanneer bij weging bleek dat iemands gewicht niet overeenkwam met de ‘proportiën des lichaams’, dus met andere woorden ‘te licht was’, werd deze persoon schuldig bevonden aan hekserij. Mensen konden om eventuele verdenkingen te voorkomen, een ‘certificaten van weginghe’ aanvragen, waarmee een verdachte kon worden vrijgepleit. ‘Heksen’ uit heel Europa kwamen naar Oudewater om dit felbegeerde papiertje te bemachtigen.

Leave a Reply