Frisdrank

Een frisdrank is een drank zonder alcohol en al dan niet voorzien van koolzuurgas. Frisdranken bestaan uit water, suiker, aroma’s en eventueel sappen van vruchten of dranken. Frisdranken zijn lekkere dorstlessers en leveren vocht en energie, maar drink het met mate; het zijn ook dikmakers. Frisdranken met koolzuur worden ook wel priklimonade genoemd. Eigenlijk werd de priklimonade genoemd naar het fruit wat er in zit. Zo had je naast limonade ook orangeade en grenadine. Toch werd het langzaam gewoon allemaal maar limonade genoemd

Limoenade

In de 17e eeuw is in Italië begonnen met de verkoop van een drankje dat gemaakt was uit limoensap, suiker en water. In Frankrijk dronk men een drankje gemaakt van water, citroen en honing. In 1676 kreeg de Franse Compagnie des Limonadiers een monopolie op de verkoop van deze drank, die limoenade werd genoemd.

Koolzuur

Aan het eind van de 18e eeuw ontwikkelde de Engelse wetenschapper Joseph Priestley in 1772 een methode om water met koolzuur te verrijken. Priestey kwam erachter dat het mengseltje lekker smaakte en verfrissend was. Zijn kennis over het onderwerp was beperkt, maar met zijn idee legde hij een basis voor de experimenten van toekomstige wetenschappers. De Zweed Tobern Bergman probeerde rond diezelfde tijd de genezende werking van natuurlijk bronwater na te doen door koolzuur en mineralen aan water toe te voegen.

Sodawater

In het begin werd sodawater voornamelijk gebruikt in de medische wetenschap omdat men dacht dat de combinatie helende eigenschappen bevatte. Britste mariniers dronken tot 1795 een drankje van koolzuur en citroen om scheurbuik tegen te gaan niet wetende dat dit kwam door de vitamine C die in de citroen zat. De Zweed Johann Gottlieb opende in 1776 de eerste fabriek waar sodawater gemaakt werd. De productie was 3 flesjes per uur.

Priklimonade

De doeltreffende werking van frisdrank verspreidde zich sinds het ontstaan als een lopend vuurtje en was lange tijd een drankje voor de rijken dat met name in de zomermaanden werd genuttigd. Door het bestaande sodawater samen te voegen met speciale kruiden en mengsels werden nieuwe drankjes ontwikkeld met een nieuwe smaak: de priklimonade.

Consumptie frisdrank

De massaconsumptie van frisdrank komt pas na de Tweede Wereldoorlog vanuit Noord-Amerika naar Europa overwaaien omdat de priklimonade werd meegenomen door de Amerikanen en Canadezen. Vandaag de dag zijn Fanta, Coca-Cola en 7-Up niet meer weg te denken uit onze samenleving. Frisdrank is nu gewoon een dorstlesser. Veel mensen drinken frisdrank. In 1960 dronk een Nederlander gemiddeld 13 liter frisdrank per jaar. In 1970 was dit al 55,5 liter per jaar. In 2006 was dit 98 liter maar, op dit moment is dat toegenomen tot 98,5 liter per persoon per jaar!

Leave a Reply