Drooglegging van de Beemster

Nederland en haar eindeloze gevecht tegen het water. De drooglegging van de Beemster polder is een van de mooie voorbeelden van het technische vernuft van de Nederlanders. Aan het begin van de Gouden Eeuw was er geld en technische kennis aanwezig om een serieuze strijd te leveren met het wassende water. Door het droogmalen van de grote meren rondom het Schermerland werd verloren land teruggewonnen. De drooglegging van de Beemster is kenmerkend voor het Nederlandse vakmanschap voor wat betreft de droogmakerij.

GESCHIEDENIS VAN DE BEEMSTER

Het gebied wat nu de Beemster wordt genoemd was rond 800 een veengebied. De naam Beemster komt van het riviertje Bamestra. Dit riviertje stroomde door het veengebied. Als gevolg van ontginning van het veen en overstromingen groeide De Bamestra tussen 1150 en 1250 uit tot een binnenzee die een open verbinding had met de Zuiderzee. Hierdoor ontstonden enkele grote rivieren ten noorden van Amsterdam.  

VERZOEK TOT DROOGMAKING

Door het snelgroeiende Amsterdam was er in die tijd grote behoefte aan landbouwgrond.  In 1607 werd door een groep Amsterdamse kooplieden en Haagse stadsbestuurders een verzoek tot droogmaking ingediend. Het plan was om het water dat de steden bedreigde, om te zetten in vruchtbare en winstgevende landbouwgrond. Nieuwe technieken, zoals de ontwikkeling van een draaiende kap op windmolens maakte de droogmaking van grote meren mogelijk. In hetzelfde jaar werd aan hen door de Staten van Holland en West-Friesland het octrooi verleend voor de bedijking en droogmaking van de Bamestra. Het zag ernaar uit dat het een winstgevende onderneming zou worden ondanks dat de kosten voor het project bijna 2 miljoen gulden bedroegen. Door de buitengewoon vruchtbare grond was het project zo lucratief, dat de investeerders binnen een jaar hun geld alweer terugverdiend hadden.

DROOGLEGGING VAN DE BEEMSTER

In 1608 werd begonnen met de bemaling en droogmaking. De leiding van het project lag bij molenbouwer en waterbouwkundige Jan Adriaanszoon Leeghwater.  Om het woeste meer werd een hoge en stevige dijk van 42 kilometer lang aangelegd en daaromheen werd een ringvaart gegraven. Er werden molengangen gebouwd waarna door 43 windmolens het meer werd leeggepompt. Er werd een dijk aangelegd tussen Purmerend en Neck en het afwateringskanaal naar de Zuiderzee. Door een breuk in de Zuiderzeedijken liep in 1610 het meer opnieuw onder water en werd wederom begonnen met droogleggen. Op 19 mei 1612 viel de Beemster droog en werd een aanvang gemaakt met de inrichting van de polder. Om dit heuglijke feit te vieren brachten prins Maurits en prins Frederik Hendrik op 4 juli 1612 een bezoek aan de Beemster.

INRICHTING VAN DE BEEMSTER

Er werden wegen aangelegd, wegsloten en kavelsloten gegraven en boerderijen gebouwd. De droogmakerij onderscheidt zich van andere droogmakerijen op de wereld vanwege de originele aanwezigheid en zichtbaarheid van het toegepaste verkavelingspatroon. Dat patroon bestaat uit een raster van vierkanten waaraan de Beemster haar roem te danken heeft. Kenmerkend in de droogmakerijen zijn de stolpboerderijen met hun piramide-daken. De Beemster is tegenwoordig verdeeld in meer dan vijftig stukjes land met allemaal een eigen waterpeil en vindt het waterbeheer plaats middels elektriciteit en computers.

UNESCO

Droogmakerij de Beemster is sinds 1999 geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco als uniek monument van de zeventiende-eeuwse landschapsinrichting.

De drooglegging van de Beemster is slechts een deel van de Nederlandse strijd tegen het water. Wil je meer weten over de Nederlandse strijd tegen het water, lees dan onze andere blogs: