De reeuwer

Tegenwoordig zijn verzorgers van overledenen of mortuariummedewerkers beroepen met aanzien, maar dat was vroeger wel anders. Toen hing er een hele andere sfeer over “zij die over lijken gaan”. Zij werden de reeuwer genoemd. Een reeuwer werd niet vertrouwd en gezien als verklaring van de pest. Daardoor werd deze vaak ter dood veroordeeld onder het mom van hekserij. Sommigen werden onthoofd of gefolterd, maar het overgrote deel vond de dood op de brandstapel.

Wat deed de reeuwer?

Een reeuwer was verantwoordelijk voor het reinigen en afleggen van overledenen. Daarnaast ook voor het vervoer naar hun laatste rustplaats. De doorgaans onbetrouwbare reeuwers waren gespecialiseerd in de teraardebestelling van pestlijders. Als een huisgezin uitstierf ging de gehele inboedel naar de reeuwer. Het zal u dan ook niet verbazen dat de lijkbezorgers het noodlot op slinkse wijze een handje hielpen.

Zwarte dood

Vanaf de late middeleeuwen, 1347 en 1353, zaaide de zwarte dood, ook wel de pest genoemd, dood en verderf onder miljoenen mensen. Deze besmettelijke ziekte maakte in veertiende tot de negentiende eeuw de meeste slachtoffers en woedde over de gehele wereld. Af en toe verdween hij weer om na een aantal jaren plotseling weer de kop op te steken. Van deze ongeneeslijke ziekte werden miljoenen mensen slachtoffer. Naast de lijkaflegging, hield een reeuwer zich ook bezig met het waken over besmettelijk zieken.  Niet iedereen kon zomaar reeuwer worden. Men stelde duidelijke voorwaarden betreffende de gezondheidstoestand van de kandidaten. Een vereiste van het beroep was dan ook dat de verzorger immuun was voor de ziekte. Reeuwers moeten dan ook, tenminste in noodgevallen, betrekkelijk zeldzaam zijn geweest.

Hebzucht

Reeuwers waren onbetrouwbaar. Zij werden ervan beticht zelf de pest te verwekken of in elk geval de verspreiding ervan opzettelijk in de hand te werken. In Vlaanderen heerste anno 1468 een dodelijke epidemie. Een reeuwer werd in die tijd beschuldigd dat hij twee meisjes die genezen waren van de pest een dodelijk vergif had laten drinken. Een andere reeuwer werd ervan verdacht het lijk van een aan pest gestorven kind te hebben gekookt. Dit brouwsel zou hij in drinkputten hebben gestort om het volk te vergiftigen. Het volk hoopte deze vorm van hekserij tegen te kunnen gaan door het gebruik van wijwater, maar ook het wijwater werd met dit regaal besmet.

Einde tijdperk de reeuwer

Een betere quarantaine van de zieken, betere hygiëne in de steden en het gegeven dat veel mensen immuun waren geworden voor de ziekte, zorgden ervoor dat het aantal slachtoffers van de pest flink daalde. Daarbij was het beroep al aanzienlijk zeldzaam en vond het merendeel van de verzorgers – na tal van verdenkingen – de dood op de brandstapel.

Leave a Reply